Zwerfvuil: feiten en achtergronden

Zwerfvuil is geen klein of plaatselijk probleem. Het komt voor in steden, dorpen, parken, langs wegen, op stranden en in natuurgebieden over de hele wereld. Wat op straat of in het groen wordt achtergelaten, verdwijnt meestal niet snel vanzelf. Volgens het United Nations Environment Programme (UNEP) is plasticvervuiling een wereldwijd probleem en komt er elk jaar 19 tot 23 miljoen ton plastic afval terecht in rivieren, meren en zeeën.

In een oogopslag

19 tot 23 miljoen ton plastic afval komt elk jaar terecht in rivieren, meren en zeeën wereldwijd.
Zonder extra beleid kan de hoeveelheid plastic die in het milieu terechtkomt stijgen van 22 miljoen ton in 2019 naar 44 miljoen ton per jaar in 2060. Dat blijkt uit vooruitzichten van de Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD).


De Europese Commissie stelt dat de tien meest gevonden wegwerpproducten van plastic, samen met vistuig, goed zijn voor 70 procent van al het zwerfafval in zee aan EU-stranden.
De National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) legt uit dat sommige materialen heel lang blijven bestaan en dat glas zelfs helemaal niet afbreekt.
Volgens NOAA valt plastic vaak niet echt weg, maar breekt het in steeds kleinere stukjes uiteen. Die kleine deeltjes zijn moeilijk weg te halen en kunnen mogelijk nooit helemaal verdwijnen.

Meer dan alleen een rommelig straatbeeld

Zwerfvuil gaat niet alleen over hoe een straat, park of strand eruitziet. Afval dat op de grond blijft liggen, kan door wind en regen worden meegenomen naar sloten, rivieren en uiteindelijk naar zee. NOAA beschrijft dat door mensen gemaakt afval wordt teruggevonden van kustgebieden tot zeer afgelegen plekken, en dat sommige voorwerpen in het milieu mogelijk nooit volledig verdwijnen.

Het probleem is wereldwijd

Het is belangrijk om zwerfvuil niet te zien als alleen een lokaal Belgisch probleem. Internationale organisaties laten zien dat het om een wereldwijd vraagstuk gaat. UNEP noemt plasticvervuiling expliciet een wereldwijd probleem. De OECD verwacht bovendien dat de hoeveelheid plastic die in het milieu terechtkomt zonder sterkere maatregelen de komende decennia verder zal stijgen.

Veel afval blijft lang aanwezig

Een van de grootste problemen van zwerfvuil is dat veel materialen lang blijven bestaan. Volgens NOAA kunnen door mensen gemaakte producten honderden jaren nodig hebben om af te breken, en sommige materialen, zoals glas, breken helemaal niet af. NOAA benadrukt ook dat dit afhangt van onder meer het materiaal, de dikte, zonlicht en de plek waar het afval terechtkomt.

Voor plastic is dat extra belangrijk. Plastic verdwijnt vaak niet echt, maar valt uiteen in steeds kleinere stukken, de zogenaamde microplastics. NOAA legt uit dat deze kleine stukjes heel moeilijk te verwijderen zijn en mogelijk nooit helemaal weggaan.

Een van de grootste problemen van zwerfvuil is dat veel materialen lange tijd nodig hebben om af te breken.

De cijfers in deze afbeelding geven een indicatie van het gemiddelde aantal jaren dat verschillende soorten afval nodig hebben om in de natuur af te breken. Dat proces hangt af van verschillende factoren, zoals temperatuur, vocht, zonlicht, omgeving en de dikte van het materiaal. Bovendien verdwijnt veel afval niet echt volledig, maar valt het uiteen in kleinere deeltjes die in de bodem en mogelijk ook in het grondwater terechtkomen.

Verpakkingen spelen een grote rol

Veel zwerfvuil bestaat uit verpakkingen en producten voor eenmalig gebruik. De Europese Commissie zegt dat de tien meest gevonden wegwerpplasticproducten op Europese stranden, samen met vistuig, goed zijn voor 70 procent van al het zwerfafval in zee binnen de Europese Unie. De Commissie benadrukt ook dat de gevolgen van dit afval wereldwijd groot kunnen zijn.
Dat laat zien dat het probleem niet alleen gaat over grote hoeveelheden afval, maar ook over veel kleine verpakkingen die dagelijks worden gebruikt en weggegooid.

Waarom volume ook belangrijk is

Zwerfvuil gaat niet alleen over wat naast een afvalbak terechtkomt. Het gaat ook over hoe afval in de praktijk wordt ingezameld. Lege blikjes en plastic flesjes nemen veel ruimte in. Daardoor raken afvalbakken sneller vol en moeten ze vaker worden geleegd. Dat is vooral een uitdaging op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals parken, stranden, pleinen en recreatielocaties. Dat verpakkingsafval zo’n grote rol speelt, sluit aan bij de bredere internationale gegevens van onder meer de Europese Commissie en UNEP.

Opruimen alleen is niet genoeg

Meer opruimen is belangrijk, maar lost het probleem op zichzelf niet op. Zwerfvuil heeft ook te maken met gedrag. Daarom zijn duidelijke afvaloplossingen, zichtbaarheid en educatie belangrijk. Zeker kinderen vroeg betrekken bij afvalinzameling kan helpen om correct gedrag herkenbaar en vanzelfsprekender te maken. Dat sluit aan bij de gedachte achter de Playbin: afvalinzameling niet alleen praktisch maken, maar ook begrijpelijker en aantrekkelijker in gebruik.

Waarom deze achtergrond belangrijk is voor de Playbin

De Playbin is ontwikkeld vanuit het idee dat zwerfvuil meer vraagt dan alleen een plek waar afval kan worden weggegooid. Internationale gegevens laten zien dat afval in het milieu een groot en blijvend probleem is, dat veel verpakkingen lang aanwezig blijven en dat plasticvervuiling wereldwijd voorkomt. Tegen die achtergrond is het logisch om te zoeken naar oplossingen die afvalinzameling niet alleen praktisch maken, maar ook zichtbaarder en aantrekkelijker in gebruik.

Geselecteerde bronnen en verdere informatie

United Nations Environment Programme – From Pollution to Solution: a global assessment of marine litter and plastic pollution

Organisation for Economic Co-operation and Development – Global Plastics Outlook: Policy Scenarios to 2060

National Oceanic and Atmospheric Administration – The Mystery of How Long Until It’s Gone

Europese Commissie – Wegwerpplastic

Externe bronnen kunnen na verloop van tijd wijzigen of worden verwijderd.